Doornveldschool
Het onderwijs op de Doornveldschool wordt richting gegeven vanuit de missie: WOORDenschat, een zaak van alle vakken. Aan de taalontwikkeling van de kinderen wordt veel aandacht besteed. De leerkrachten zijn namelijk van oordeel dat de leerstofgebieden taal, begrijpend kijken, luisteren en lezen én woordenkennis enorm belangrijk zijn voor de opvoeding en het onderwijs van de leerlingen. Als je steeds moet zoeken naar de juiste woorden, is dat voor de omgang met elkaar heel vervelend. En als je weinig woorden beschikbaar hebt, loop je op school heel gauw tegen heel veel problemen aan. De Nederlandse taal is binnen een schoolgemeenschap het belangrijkste onderwijskundig middel. Hoe meer woorden je kent, des te gemakkelijker je meer kennis verzamelt. Daarom is woordenschat een zaak van alle vakken.
Maar er is meer. Bij opvoeding en onderwijs gaan we uit van de Bijbel: het Woord van God.
De onderwijsboodschap van de Doornveldschool is zichtbaar gemaakt in een logo: een afbeelding, waaraan je de school kunt herkennen. Daarin is ook te zien dat de leerkrachten, leerlingen en ouders heel veel samen doen. En dat men probeert op een fijne manier met elkaar om te gaan, als een (h)echte familie. "Daar komt bij dat het ons streven is, als leerkrachten en leerlingen de talenten die de Heere ons heeft gegeven op de juiste manier zo goed mogelijk proberen te gebruiken.”
De visie van de directie en het team op adaptief onderwijs is dat het onderwijs moet aansluiten bij hun doelgroep, die zoals boven gezegd, zeer homogeen is. Volgens directeur Bart Hoeve en zorgcoördinator Ineke Vos hebben de leerlingen sturing nodig van een (bevlogen) leerkracht, die ze “bij de les” houdt. De school heeft de ervaring dat leerlingen, wanneer ze te veel losgelaten worden en bijvoorbeeld zelf in kleine groepjes mogen discussiëren, vast blijven zitten op een te laag, basaal niveau. Het niveau van het gesprek daalt, het gesprek verzandt, bijzaken worden hoofdzaken. Het lijkt er dan ook op dat deze leerlingen, juist omdat ze tot een homogene groep behoren waarvan elk lid min of meer dezelfde kennis heeft, elkaar niet meer kunnen uitdagen en weinig van elkaar kunnen leren als ze in kleine groepjes samenwerken. Deze leerlingen zijn niet goed in staat de ruimte die hen geboden wordt te benutten. De discussies die zij voeren, zo is de ervaring op deze school, komen niet veel verder dan het herhalen van al aanwezige, gedeelde kennis. In zo’n geval is de inzet van de leerkracht onontbeerlijk, om de leerlingen een extra zetje in de rug te geven.
De school constateerde zo’n 20 jaar jaar geleden al dat een aanzienlijk deel van de leerlingen een taalachterstand had. Deze taalachterstand werd niet zozeer veroorzaakt door het feit dat bij de leerlingen thuis voornamelijk streektaal (dialect) werd gesproken en geen standaard-Nederlands, maar veel eerder doordat er over het algemeen thuis sowieso weinig gecommuniceerd werd, en dan nog slechts over een beperkt aantal onderwerpen. Kinderen groeiden op in een taalarme omgeving waarin de taalontwikkeling nauwelijks werd gestimuleerd. De meeste gezinnen kenden bovendien een beperkte (voor)leescultuur. De school merkte met name dat de woordenschat van leerlingen achterbleef en nogal eenzijdig was: kinderen bleken veel agrarische termen te kennen, maar vaak ook alleen in de streektaal: bijvoorbeeld een woord als “zwillen” (= rijtjes gras na het maaien). Sindsdien zet de school hoog in op krachtig, contextrijk woordenschatonderwijs, dat binnen alle vakken een sleutelpositie inneemt.
- Leerkrachten besteden veel aandacht aan het vergroten van de woordenschat van leerlingen. Dat begint al bij de jongste groep. Met een aantal andere Scholen met de Bijbel werd het zogenoemde Basproject voor taalontwikkeling ontwikkeld: een serie prentenboeken met een handleiding voor ouders en leerkrachten om beginnende geletterdheid te bevorderen. BAS is inmiddels uitgegroeid tot een volledig VVE-programma ‘Doe meer met Bas’
- Maar om een les wereldoriëntatie in de bovenbouw goed te kunnen uitvoeren is het nodig dat de leerlingen een brede basiswoordenschat hebben, waarop voortgebouwd kan worden. Complexere (schooltaal)woorden, waar de lessen wereldoriëntatie vol mee staan, moeten wel degelijk in de bovenbouw worden aangeleerd. De school gebruikt o.a. het posterproject van het Centrum voor Educatieve Dienstverlening.
- Een ander belangrijk punt is dat de school erin is geslaagd ouders te betrekken bij verschillende activiteiten die bijdragen tot taalontwikkeling van hun kind. Dat maakt natuurlijk nieuwsgierig naar hoe de school het aanpakt.
- Inmiddels heeft de Doornveldschool een jaar of vijftien ervaring opgebouwd met hun aanpak. De effecten zijn zichtbaar: het blijkt een zeer effectieve school met weinig doublures (over elf jaar gemeten: 0,45 procent), weinig uitval, weinig leerlingen met speciale zorg en weinig verwijzingen naar het speciaal onderwijs (0,17 procent in de laatste elf jaar). De CITO-scores, zowel die van het leerlingvolgsysteem als die van de Eindtoets, zijn in vergelijking met vergelijkbare scholen bijzonder hoog, juist op moeilijke onderdelen als begrijpend lezen. De gemiddelde score van de afgelopen elf jaar is 540.8. Deze vermeende achterstandenschool wordt door de inspectie gekwalificeerd als “sterke basisschool”.
De visie van de school verwoordt de reden om onderwijs te geven dat over het algemeen sturend is, frontaal en klassikaal. De leerkracht geeft voornamelijk groepsgerichte instructie.
Opvallend genoeg hebben de leerkrachten bijzonder veel oog voor andere belangrijke aspecten van interactief onderwijs: beurten doorspelen, prikkelende vragen stellen, tegengestelde beweringen doen, om de leerlingen aan het praten te krijgen. Vanaf de jongste kleuters worden deze principes toegepast.
Verder streeft men naar een rijke taalomgeving. Er is veel aandacht voor spel, onder andere in hoeken. Ook in de hogere groepen blijven voorlezen en lezen een belangrijke rol spelen in het taal-leren op de Doornveldschool. Begrijpend lezen en woordenschat worden geoefend o.a. door het werken met “echte” teksten, zoals krantenberichten. Sinds kort gebruikt de school de teksten van ‘Nieuwsbegrip’.
Samenvatting
De sterke punten van de Ds. Harmen Doornveldschool laten zich samenvatten in de volgende indicatoren en kwaliteitsaspecten van schoolbreed taalbeleid:
- een sterke en consequent doorgevoerde eigen visie op taalbeleid
- veel aandacht voor woordenschatonderwijs en aspecten van interactief taalonderwijs
- schoolbrede taalaanpak zorgt voor een doorgaande lijn vanaf de jongste groep tot in groep 8
- betrokken ouders en aansluiting bij de homogene gemeenschap
- hoge verwachtingen van leerlingen
- sterke eendrachtigheid van team en directie
De Dooprnveldschool heeft zich voornamelijk gericht op woordenschat en begrijpend lezen. Zij hebben samen met een aantal andere scholen van de Bijbel het 'BAS-project' ontwikkeld. Dit is inmiddels uitgegroeid tot een volledig VVE programma. In de bovenbouw wordt gebruik gemaakt van het posterproject van het Centrum voor Educatieve Dienstverlening. Ook betrekken zij de ouders bij de taalontwikkeling van hun kinderen. Inmiddels is de school gekwalificeerd als sterke basisschool. De leerkrachten geven klassikaal onderwijs, maar hebben veel oog voor de betrokkenheid van hun leerlingen.
